Het komt met bakken uit de lucht wanneer ik sta te wachten op station Sloterdijk. Hagel tikt tegen de glazen overkapping van het perron en zachtjes fluister ik tegen mezelf: “Het is begonnen.” Nog een beetje beduusd van de sneltrein die me hierheen bracht, stap ik over op de sprinter richting Schiphol. Adem in, adem uit. Alles is geregeld, de koffer is gepakt – nu mag ik gaan genieten.
Samen met veertien stoere vrouwelijke ondernemers vlieg ik naar Kayseri, waar we de eerste nacht verblijven in het beeldschone Four Mansions Hotel. Vier oude villa’s met traditionele binnenplaatsen vormen ons decor, en ik krijg een kamer die zo van Sinterklaas had kunnen zijn. Authentiek, warm en vol karakter. Het personeel kookt voor ons met liefde, en die avond val ik als een blok in slaap in mijn enorme bed.
De volgende ochtend rijden we met twee gehuurde busjes de bergen in. Vanuit de stad trekken we richting het landelijke Cappadocië. Onderweg: een bijna frontale botsing (iets met een stopbord dat ik nét te laat zag) en een motorlampje dat volgens het verhuurbedrijf “gewoon een lampje” was. Gelukkig rijden we anderhalf uur later veilig het dorpje binnen dat ons thuis zal zijn voor de komende week. Opgelucht loop ik met mijn koffer Atilla’s Cave Hotel binnen.
Een cave hotel doet zijn naam eer aan: kamers uitgehakt uit de berg. Gelukkig niet nat of donker, maar juist warm, knus, en met een heerlijk bed.






We krijgen direct een creatieve opdracht: maak een tweeluik van een lokale bewoner. Even slikken, maar als we op sokken de huizen binnengaan, worden we zó warm welkom geheten dat het haast vanzelf gaat. De taalbarrière lossen we op met Google Translate, en samen zoeken we de mooiste plekjes in huis. Een kopje Turkse koffie maakt het af. Dankbaar keren we terug naar onze ‘hub’, waar we onder begeleiding van de Sunfield-dames reflecteren en verdiepen.
“De taalbarriere lossen we op met de hulp van Google Translate en we zoeken met elkaar de mooiste plekjes op in huis.”
Dinsdagochtend gaat de wekker vroeg. Heel vroeg. Net voor zonsopgang stijgen er 150 luchtballonnen op boven de vallei. Nee, we gaan niet mee – we bekijken het vanaf de grond. Terwijl we uitstappen, scheert de eerste ballon al rakelings over het dak van de bus. We staan er middenin. Magisch. Terwijl de zon opkomt over de bergtoppen maken we foto’s van elkaar en van dit ongekende tafereel. We boffen: de volgende dagen houdt het weer de ballonnen aan de grond. In Göreme genieten we nog van een kop koffie met lekkers voor we teruggaan naar het hotel om ons klaar te maken voor een hike later die middag.






We hebben geluk met het weer. In Nederland sneeuwt het, hier is het 15 graden en kunnen we zonder jas op pad. Ik stuur de bus richting Pigeon Valley, waar we starten aan een stiltewandeling. Door een sprookjesachtige vallei dalen we af langs eeuwenoude grotwoningen en kerken. De natuur is indrukwekkend. Onze stilte wordt op bijzondere wijze onderbroken door de oproep tot het middaggebed. De klanken echoën tussen de rotswanden en geven de wandeling een bijna spirituele lading.
In stilte reflecteren we op de intenties die we aan het begin van de week hebben gezet. Hoe gaat het daarmee? Waar ligt de focus de komende dagen? Aan het eind van de vallei komen we uit op een steile afgrond met fenomenaal uitzicht. Hier delen we wat het lopen in stilte ons bracht. Hoeveel ruis er eigenlijk in je hoofd zit. En hoe waardevol het is dat even stil te zetten.






De weg terug is pittig – alles wat we daalden, moeten we nu weer omhoog. Maar de ondergaande zon maakt het sprookjesachtig. De camera’s gaan weer uit de tas, we vergapen ons aan het uitzicht. Boven, buiten adem, kijken we uit over de vallei waar langzaam de lichtjes aangaan.
Magisch.
Wat een reis.
En we zijn pas op de helft.
Liefs Claire

Plaats een reactie